home / wetenschap / behandeling / biologie
In de wetenschappelijke literatuur vind je veel experimenten met allerhande stofjes die het immuunsysteem zouden kunnen versterken of de energie zouden kunnen bevorderen. Ook is er beperkt onderzoek gedaan naar middelen die virussen bestrijden. Veelal rapporteren de onderzoekers bescheiden resultaten uit deze experimenten. We lichten er een aantal uit.
Antivirale middelen
Virussen kun je bestrijden met antivirale middelen, maar zolang we niet weten of ME/CVS veroorzaakt wordt door een virus, laat staan door welk (retro)virus, kunnen artsen niets met antivirale medicijnen bij dit ziektebeeld. Desondanks zijn er wel artsen die dat doen, met name in de Verenigde Staten. Daar hebben artsen een grotere vrijheid om zware medicijnen als antivirale middelen - berucht om hun bijwerkingen - in te zetten. Van de Amerikaanse wetenschappers Martin Lerner en John Chia is bekend - ook uit hun wetenschappelijke publicaties - dat zij ze wel gedoseerd toepassen.
Zij zijn dat ook van mening dat virussen een belangrijke rol spelen in het ziektebeeld. Beiden claimen dat een deel van hun patiënten er baat bij heeft.
De antivirale medicijnen genezen niet, maar geven hun patiënten wel periodiek veel levenskwaliteit terug. Een nadeel is wel dat het niet blijft bij eenmalige toepassing. Als de levenskwaliteit terugzakt, begint er weer een nieuwe cyclus van dure medicijnen slikken.
Een experiment van wetenschapper Montoya (Stanford University, USA) met Valgancyclovir - een experimentele antivirale drug - betekende een zware klap voor iedereen - arts of patiënt - die hoopte dat dit soort medicijnen uiteindelijk tot een doorbraak zouden kunnen leiden. De meeste ME/CVS-patiënten die eraan meededen knapten aanvankelijk flink op, maar de effecten zwakten af in de loop van het jaar dat ze gevolgd werden.
Montoya kon geen blijvende positieve effecten vaststellen, waarna de farmaceutische industrie besloot de drug niet in ontwikkeling te nemen voor deze specifieke doelgroep. We spreken hier over het jaar 2008.
Er wordt ook al druk gespeculeerd over medicijnen die ingezet zouden kunnen worden als het retrovirus XMRV inderdaad zo'n kwalijke rol speelt bij ME/CVS als het Whittemore Peterson Institute (USA) denkt. Men denkt daarbij aan het type medicijnen dat mensen met HIV slikken. Immers, HIV wordt ook veroorzaakt door een retrovirus.
Cortisol
ME/CVS-patiënten produceren bijna zonder uitzondering te weinig cortisol. Veel behandelaars in de USA hebben geëxperimenteerd met kunstmatige aanvulling van het hormoon bij hun ME/CVS-patiënten. Uit hun publicaties blijkt dat een beperkte aanvulling positieve effecten heeft. Bij een te hoge dosis stagneert namelijk de lichaamseigen aanmaak van cortisol in de bijnierschors.
Carnitine
Carnitine is een zout dat een belangrijke rol speelt in de energieproductie. Het Cvscentrum (Amsterdam) geeft patiënten supplementen met carnitine. Het centrum rapporteert bij 65 procent patiënten positieve effecten. Wel moeten patiënten het voedingssupplement chronisch slikken.
NADH
NADH is een co-enzym dat ook een belangrijke rol speelt in de energieproductie. Het is een van de populairste voedingssupplementen onder Amerikaanse ME/CVS-patienten. Iedere gebruiker ervaart in den beginne een kleine "boost" in zijn energie. Maar wat telt is wat het blijvend effect van het supplement is. Dat valt helaas tegen, zoals uit menig wetenschappelijk experiment blijkt. Onafhankelijk onderzoek rapporteert weinig blijvend-positieve effecten bij patienten. Eigen onderzoek van farmaceuten is positiever van toonzetting, maar dat valt te verwachten.




